-->

Ton Sprangkelend

Het beeldhouwen is voor mij een fascinerende bezigheid waarbij de uitdaging ligt in het creëren van iets wat er nog niet is.

Ik ben autodidact beeldhouwer waarbij mijn voorkeur uit gaat naar het werken met natuurlijke materialen zoals steen en hout. Binnen de enorme diversiteit aan stenen, kies ik uit de hardere soorten graag marmer, Belgisch hardsteen of graniet. Bij de zachtere steensoorten geniet albast mijn voorkeur. Van alle houtsoorten is eikenhout mijn absolute favoriet.

Mijn werk laat zich omschrijven als figuratief en abstract.

De objecten ontstaan vaak door de vorm van het ruwe materiaal waarbij mijn passie ligt in het verbeelden van dans en beweging.

Na het uitwerken van het idee op papier, en zo nodig het boetseren van mogelijke verschillende vormen, ontstaat uiteindelijk de te maken vorm. Daarbij laat ik de details verdwijnen en maak ik de lijnen langer waardoor het uiteindelijk resultaat een abstract geheel is. Door deze abstractie ontstaat een rustig beeld waarbij de kijker zelf zijn fantasie gaat gebruiken.
-->

Erik Oussoren

Werkt als beeldhouwer bij voorkeur met hardsteen of marmer, al dan niet in combinatie met staal of hout. Door middel van basale lijnvoering geeft hij uiting aan zijn eigen beeldvorming over gemoedstoestanden en gelaatsuitdrukkingen in zijn directe omgeving. Veel van de beeldhouwwerken van Erik Oussoren komen tot stand middels handgereedschap. Bij grotere stukken schuwt hij machinale bewerking niet. Men zou hierbij kunnen spreken van praktische esthetica. Met vaak minimale ingrepen, zoals het scheuren en joppen van de steen, probeert hij een maximum aan resultaat te bereiken. Naïviteit en impulsiviteit staan tijdens het beeldhouwen hoog in het vaandel. Hierdoor probeert hij de benadering van een beeld primair en sober te houden. De techniek mag in de visie van Erik Oussoren nooit de overhand krijgen omdat een beeld dan verliest aan spanning en zeggingskracht.
-->

Giel Clijsters

Mijn eerste beeldhouwwerk in marmer heb ik gemaakt in 1999 in de werkplaats van Klaas Harmsen, steenhouwerij in Hilversum. Hier heb ik het hakken in hardere steensoorten geleerd. In de loop van de jaren zijn steensoorten als: Italiaanse, Portugese marmer soorten, Belgische hardsteen, travertin, transparante, blauwe, bruine en zwarte albast, en diverse serpentijn soorten voorbijgekomen. Het mooie hiervan is dat iedere steensoort zijn eigen – eigenheid – en daardoor zijn eigen behandelwijze heeft. Ik heb in Nederland en België geëxposeerd. Mijn werk bevindt zich bij particulieren in Nederland, Canada en Duitsland. Een beeldhouwwerk is aangekocht door de Oud-Katholieke kerk in Hilversum. Wat stijl betreft heb ik mijn eigen stijl aangehouden. Beelden gemaakt die ik zelf mooi vond, daarbij denkend aan een interview dat de bekende Nederlandse beeldhouwster Theresia van der Pant gaf waarin zij zei dat het maken van mooie beelden haar enige drijfveer was. Of zoals Aat Veldhoen het zegt: Ik probeer altijd stijllos te blijven want als je een stijl krijgt verval je al gauw in maniërisme en dat moet je voorkomen. Voor mij betekent dit, bij mijzelf blijven en beelden maken waar ik zelf achter sta.
-->

Lucas Klein

Lucas Klein studeerde van 1974 tot 1979 beeldhouwen aan academie Minerva in Groningen.

Een belangrijk element in het werk van Lucas Klein is de verbinding. De beelden van steen en hout bestaan vaak uit meerdere onderdelen die door een contrasterend materiaal worden samengevoegd.

“Groene Boot” impliceert de eeuwenoude relatie tussen hier en ginds, een figuurlijke oversteek in ruimte en tijd. De poëtische vertikale objecten met titels als “Klooster” en “Tempel” maken een verbinding tussen hemel en aarde. Beelden als “Göbekli Tepe” en “Steentijd” verwijzen naar oude megalithische culturen, een belangrijke bron van inspiratie voor steenhouwer Lucas Klein.

Krachtige vormen in steen worden aaneengeschakeld tot mystieke, hermetische beelden.
-->

Hank Beelenkamp

Met mijn beelden wil ik autonome voorwerpen maken waarin iets gebeurt, die het oog trekken, die je vast zou willen pakken en die op zich zelf volmaakte ornamenten zijn die hopelijk dwingend genoeg zijn om iets voor de beschouwer/eigenaar te betekenen.

In dit streven sta ik niet alleen, mensen doen dit al duizenden jaren lang.

Of we nu naar een biface uit de prehistorie kijken, naar de beelden uit de Griekse tijd, dan wel naar kunstwerken uit b.v. het jaar 1924, ik ben met exact het zelfde bezig, en word geconfronteerd met dezelfde praktische – en vormproblemen als de beeldhouwers uit genoemde tijden en culturen.

Ik ben dus geen vernieuwer, wat dat dan ook moge betekenen, ik kijk eerder achteruit dan vooruit, ik werk vanuit een traditie die er was en altijd zal blijven, en het is wonderlijk wat je daar uit kan ervaren en leren.

Mijn vernieuwingen spelen zich af op de vierkante millimeter van een nieuw beeld, dat lijkt niets, maar daar heb ik nog een heel beeldhouwleven mee te vullen!

Mijn werkwijze is simpel, ik neem een steen, denk na en pak mijn beitels en begin te werken, het Beeld zelf laat mij wel zien wanneer het af is.

Hoewel er over het algemeen herkenbare elementen aan mijn beelden te zien zijn, gaat het mij niet om de herkenbaarheid van die elementen, maar om de vorm en ontroering.

In die zin zijn mijn beelden wel abstract te noemen .


-->

Peer van Gennep

Ik ben autodidact, in zoverre dat ik bij diverse kunstenaars, zowel beeldhouwers als schilders, verschillende technieken en inzichten betreffende het vak heb leren kennen, om daar vervolgens op mijn eigen manier mee aan de slag te gaan. Ik maak zowel abstracte als figuratieve beelden waarbij een sterk lijnen en vlakkenspel het beeld karakter geven. Mijn schilderijen, meest olieverf, zijn luchtig en kleurrijk. Met een vleugje humor en soms vreemd.


-->

Atie Diepenhorst

Atie’s inspiratiebronnen zijn, vooral Pre-Columbiaanse, Afrikaanse en Etruskische kunst. Ook komt het voor dat tijdens het werken associaties ontstaan met al dan niet belangrijke gebeurtenissen in haar leven. Deze beelden worden door Atie verder uitgewerkt tot dat een voor haar boeiend resultaat bereikt is.

Gebrek aan inspiratie is een onbekend fenomeen voor Atie. Stimulerend en boeiend is het voor haar, dat veel beschouwers van haar werk associaties met voor hen bekende gebeurtenissen krijgen, die vaak nauwelijks of geen gelijkenis hebben met het er door haar ingelegde verhaal. Het oeuvre van Atie is veelzijdig. Naast schilderijen omvat het ook sculpturen van brons, hout en keramiek.

Al haar werk, met uitzondering van het beeldhouwwerk ontstaat volledig intuïtief. Bij het keramiek worden vormen zo dun mogelijk opgebouwd. Vervolgens vindt de beschildering Plaats in majolica, waarna het geheel transparant wordt geglazuurd. De kleuren en de goede vlakverdelingen zijn belangrijke elementen in het werk van Atie.


-->

Jan van Zon

Jan van Zon ( 1935 ) genoot zijn opleiding aan de vrije academie te Helmond. Jarenlang is hij werkzaam geweest als creatief therapeut. De laatste jaren richt Jan zich echter volledig op de beeldhouwkunst en timmert daarmee met succes aan de weg. De beelden van Jan worden in veel verschillende steensoorten uitgewerkt en hebben een zeer eigen en herkenbare stijl. De beelden hebben meestal gladde ronde vormen, een enkele keer afgewisseld met ruwe oppervlakken. Ofschoon het merendeel van het oevre van de kunstenaar figuratief is, is er bij hem geen zucht te bespeuren om tot realisme en detaillering te komen. Wat Jan met zijn beelden wil, is om bij de toeschouwer indicatief zijn verbeelding aan het werkt te zetten.


-->

Kees Woestenenk

De kunstenaar aan het woord. ‘ Begonnen als architect, eerst in Amsterdam, daarna Apeldoorn. In Amsterdam de Academie van Bouwkunst voltooid. In Apeldoorn ben ik mijn eigen (eenmans) bureau begonnen. Daarnaast heb ik mij toegelegd op het ontwikkelen van een digitaal informatiesysteem voor de bouw, waar ik nog steeds aan werk en dat binnen niet al te lange tijd via internet te benaderen zal zijn. Mijn architectenpraktijk heb ik, na zo’n 30 jaar actief te zijn geweest, inmiddels beëindigd. Vanaf mijn studietijd heb ik me bezig gehouden met tekenen, schilderen, foto, film en video, en beeldhouwen. Nu heb ik me helemaal op het maken van beelden gestort. Thuis heb ik een klein atelier. Voor grotere beelden reis ik twee keer per jaar naar Pietrasanta in Italië, het mekka van de beeldhouwers, waar ik kan werken in het atelier van de Fondazione ARKAD, een voormalige zagerij van marmer, een paar kilometer van Pietrasanta. Ik werk in steen en hout, steen pas de laatste jaren. Marmer is fantastisch om in te werken, maar ik probeer graag alle steensoorten. Ik heb beelden van marmer, albast, serpentijn, springstone, speksteen en graniet. Ook in hout is het fijn werken. Mijn oudste beeld is gemaakt van een stuk van een oude, ingerotte grenen balk uit een grachtenpand in Amsterdam. Ik heb beelden van eiken, berken, linden, acacia, kersen en balsa. Ik werk abstract en figuratief. Het gaat mij om de vorm. Die vorm moet spannend zijn en horen bij het materiaal waaruit hij ontstaat. Soms werk ik vanuit een vorm die ik van te voren heb bedacht of uitgeprobeerd in klei, soms zoek ik de vorm in het materiaal zelf. Dat is meestal het geval bij hout, of bij niet-gezaagde steen. Ik laat me graag inspireren door het menselijk lichaam, zowel man als vrouw. De vormen van een lijf kunnen prachtige, spannende vlakken en curven hebben die bij mij – soms erotische – emoties oproepen die ik dan probeer in het beeld te vangen, en die ik dan hoop via het beeld aan de toeschouwer over te dragen. Veel van mijn beelden zijn gepolijst of vlak afgewerkt, zoadat het samenspel tussen vorm en materiaal optimaal tot zijn recht komt’.


-->

Annet de Wit

Annet de Wit is geboren in 1949 in Den Haag. De artiest aan het woord: “Nadat ik enige jaren als docente handenarbeid in Haarlem heb gewerkt, heb ik me toegelegd op beeldhouwen. Ik heb lessen gevolgd aan de Vrije Academie in Eindhoven en gewerkt in het atelier van Lucien van Eerden. Ik heb nog een cursus brons gieten gevolgd bij Martie de Greef. Ik werk voornamelijk in steen en het liefste in arduin (petit granit). Ik werk zowel naar ontwerp als direct uit een stuk steen als die mij door zijn vorm inspireert. Ik zoek steeds naar een manier om een vorm of een gevoel zo eenvoudig mogelijk uit te beelden. In mijn werk zijn vaak menselijke vormen te onderscheiden, maar ik maak geen figuratieve beelden. Mijn bronzen beelden zijn meestal afgietsels van mijn stenen beelden, soms ook van een wasmodel.”