-->

San Sia

Al op zeer jonge leeftijd kwam SanSia Karina Tan (Amsterdam, 1962) in aanraking met de beeldende kunst. Aan de hand van haar artistieke ouders liep zij al op 5-jarige leeftijd door diverse grote musea, waaronder Het Louvre en het Paleis Versailles in Parijs, waar zij door haar moeder werd gewezen op de diversiteit aan kunstenaars, de kleurenpracht, de sierlijkheid en de volmaaktheid in zowel de schilder- als de beeldhouwkunst. Maar ook de bijzondere gebouwen, de verschillende stijlen in de bouwkunst, de combinatie van kunst en architectuur raakten haar in het bijzonder. Nog steeds spreken paleizen en kerken tot haar verbeelding en kan zij hier uren in verdwalen.

Na het gymnasium begon zij enthousiast aan de privé kunstacademie Mesker in Amsterdam, maar het tekenen kon haar niet bekoren.Wel leerde zij om goed te kijken, om kritisch te zijn. Na een tussenperiode in Azië zocht zij contact met meerdere beeldhouwers, die haar de kneepjes van het vak konden leren. Hier leerde zij de regels van het beeldhouwen; het ruimtelijk denken, respect voor het materiaal, het vloeiende lijnenspel. Een eigen handschrift werd ontwikkeld. Na haar eerste expositie (2003)werd haar werk goed ontvangen door het publiek. Zij werd uitgenodigd door een gerenommeerde galerie in de Kalverstraat in Amsterdam. Haar carrière was begonnen.

SanSia is niet alleen kunstenaar, maar daarnaast ook voorzitter van het kunstenaarscollectief Amstellandkunst en sinds een aantal jaren ook interieurarchitect. Het vormgeven, zowel als kunstenaar als interieurontwerper in combinatie met zakelijk inzicht, maken haar een veelzijdig en compleet persoon.

De beelden van SanSia (Chinese betekenis: Zonsondergang over de bergen) kenmerken zich door een sterk lijnenspel. Niets is aan het toeval overgelaten. Emotie vormt de grondslag voor dit driedimensionale werk. Haar missie is pas geslaagd als deze emotie wordt opgepikt door de toevallige passant. Woorden zijn dan overbodig: slechts verstilling en verbazing omhelzen elkaar.
-->

Hélène Jacubowitz

Hélène Jacubowitz is in 1952 te Antwerpen geboren. Ze werd in een kunstzinnig milieu opgevoed , vader is edelsmid en broer befaamd juwelenontwerper; Zeer jong raakt zij vertrouwd met hert hanteren van metaal. Van haar vader erft zij de passie tot perfectie. Zij studeerde eerst bij Petr Schlosser en daarna bij de Antwerps-Chileense beeldhouwer, Ruperto Urzua, professor aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten in haar geboortestad.Ze nam deel aan nationale en internationale wedstrijden en haar talent werd herhaaldelijk bekroond. Hélène is uitgegroeid tot een eminent klassiek-moderne beeldhouwster in brons. Zij creëert rijzige, abstract-figuratieve figuren, uiterst subtiel gemodelleerd. Haar vooral vrouwelijke figuren stralen een kalme gratie en zinnelijkheid uit die het brons tot leven brengen. Het oeuvre van Hélène Jacubowitz is als het ware een anti-dotum voor de verdere mechanisering van het menselijk bestaan. Zij heeft daarbij een eigen sculpturale beeldtaal ontwikkeld. Haar atelier is geen ivoren toren, afgeschermd van de industriële, stedelijke en opwindende moderne wereld, maar integendeel een plaats waar gereflecteerd wordt over de rol van de kunstenaar in die actualiteit. Bijna al haar werken worden als het ware vormgegeven door licht en roepen bij de toeschouwer de onweerstaanbare neiging tot aanraking op. Hélène Jacubowitz heeft een sculpturale vorm ontwikkeld die haar niet alleen in staat stelt een gevoel van ruimte, maar ook van beweging over te brengen. Volg de lijnen, de vorm, de beweging, het evenwicht. Als eenheid van beweging, als complex van elegantie is het meesterlijk. Haar sculpturen zijn als wonderschone gedichten, waaraan je geen letter kunt veranderen.
-->

Loes Kouwenhoven

Zij volgde de opleiding voor docente tekenen aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en voor docente handenarbeid aan de Nutsacademie in Rotterdam. Sinds vele jaren is zij werkzaam als docente in beeldende vakken.

Haar inspiratie vindt Loes in de gewone dingen van alledag. Haar werk is een hommage aan het unieke van het gewone: een dame op de fiets, een trotse vogel, een visser, soms weergegeven met en knipoog. Loes is vooral een “boetseerster”. Zij houdt van vormen in klei en in was, waarbij vooral de wisselwerking tussen het “idee” wat zij heeft en dat gene dat er in haar handen ontstaat, de grote uitdaging en is en enorm veel voldoening geeft.

Haar stijl is naturalistisch te noemen. Door zich te focussen op het wezenlijke van haar onderwerp en het weglaten van details komt zij tot de expressie van haar plastieken. In haar werk zoekt zij steeds naar een evenwichtig samenspel van vorm, ruimte en licht.

Loes heeft veel exposities op mijn naam staan, zowel in Nederland als in het buitenland, zoals Duitsland, Oostenrijk, België, Noorwegen en IJsland.
-->

Mette Bus

Op de kunstacademie is mijn interesse voor theater en dans ontstaan. Daarom heb ik – naast beeldhouwwerk – ook meegewerkt aan tientallen theater- en dansproducties. Aanvankelijk vooral als decor- en kostuumontwerper, maar later ook als theatermaker en speler. Jarenlang heb ik beide disciplines beoefend. In 2000 heb ik definitief de keuze gemaakt voor het beeldhouwen en dan bij voorkeur gegoten in brons, het tijdloze materiaal in tegenstelling tot het tijdelijke karakter van decors. Theater blijft voor mij wel een inspiratiebron, de lichaamstaal met gestileerde en uitvergrote emoties.

beschrijving van mijn werk in de pers: “De bronzen vrouwenfiguren van Mette Bus drukken levenslust en kracht uit, creatieve oerkracht. Dit komt vooral tot uiting in brede heupen en smalle tailles. De anatomische ingrepen vergroten de charme van de beelden en versterken de sierlijkheid en de gratie van de gesuggereerde beweging. Ze zijn energiek en sterk, maar ook vrouwelijk en heel gracieus”
-->

John Deckers

Hij studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Hasselt (België) van 1988 tot 1994, en aan de Academie voor Plastische Kunsten in Genk, van 1992 tot 1995. Tevens volgde hij 1995 nog een cursus glasfusen in Hilversum.

John Deckers ontwikkelde in de loop der jaren een eigen persoonlijke beeldtaal. Het resultaat is een overtuigende compositie van balans en verhoudingen. Zijn beelden en sculpturen maakt hij voornamelijk in brons, koper, r.v.s. en kortestaal. Vele werken van hem zijn inmiddels aangekocht door particulieren, stichtingen, bedrijven en gemeenten.

Exposities

Zijn werk werd o.a. geëxposeerd in galeries in Nederland, België, Frankrijk, Canada, alsmede op de Kunstrai in Amsterdam, Lineart in Gent en in het National Museum of Modern Art in Boekarest.
-->

Annemarie van der Kolk

Omstreeks 2004 is ze begonnen met het maken van bronzen beelden. Wat deze kunstvorm betreft, mag Annemarie zich een autodidact noemen, waarbij ze vooral het accent legt op afbeeldingen van het dier, af en toe met menselijke, maar ook licht humoristische trekken. Dieren en natuur zijn voor Annemarie emotie. Ze is met dieren opgegroeid. “Dieren hebben ook emotie en een zekere vorm van intelligentie alleen zullen wij mensen dit niet altijd begrijpen. Door het dier met menselijke trekken te combineren wil ze laten zien dat we misschien meer op elkaar lijken dan we beseffen”.

Mocht er bij het aanschouwen van haar beelden een glimlach verschijnen, dan heeft zij haar doel bereikt !
-->

Lydia Schröder

Transparantie en het onophoudelijke spel met het licht zijn de constante factoren die uiterlijk en hoedanigheid van haar beelden voortdurend veranderen. Onder invloed van wisselende atmosferische omstandigheden reageren de vederlichte objecten op de ruimte waarin ze geplaatst zijn en waarmee ze interacties aangaan. De beelden laten zich niet vangen in een eenduidige omschrijving, omdat hun verschijningsvorm steeds verandert. Door hun beweeglijkheid en aan grilligheid grenzende dynamiek ontsnappen ze aan vaste formuleringen. Het zijn vooral deze kameleontische eigenschappen die de objecten intrigerend maken. De vrije vogelachtige vormen lijken zich letterlijk losgemaakt te hebben van de sokkel. Sierlijk fladderend veroveren ze de ruimte en tussen neus en lippen door ontkennen ze de wet van de zwaartekracht.
-->

Tjikkie Kreuger

In het werk van de Nederlandse kunstenares Tjikkie Kreuger staat de mens centraal. In haar vorm streeft zij echter niet naar een realistische weergave van dit thema, maar accentueert ze met een groot gevoel voor harmonie en proporties de voor haar belangrijke kenmerken.

De lijnen van haar beelden zijn langgerekt. De subtiel vormgegeven hoofden doen denken aan prachtige Afrikaanse volkeren als de Nubiërs en Maasaï, terwijl hun typische modellering eveneens sterke herinneringen oproept aan afbeeldingen uit Egypte. Haar Wachters, Priesters en Mummies leggen een associatieve binding met Egypte ten tijde van de farao’s.
-->

Riky van Duin

Riky van Duin is geboren in Arnhem.

Ofschoon haar voorliefde uitging naar de kunst is zij in eerste instantie geschiedenis gaan studeren. Omdat het bloed toch altijd kruipt waar het niet gaan kan, heeft zij zich na deze studie gestort op de kunst en heeft zich laten omscholen.

Riky heeft geen eenduidig genre. Alles wat haar raakt slaat ze op om het, soms na jaren, te gebruiken. Haar uitgangspunten zijn humor en absurditeit. Dat heeft te maken met haar voorkeur voor het surrealisme en de drang om afwijkend niet allerdaags werk te maken.
-->

Jet van Zijl

In haar vrij werk concentreert zij zich het liefst op essenties. De beelden van Jet van Zijl zijn direct. Zij worden gekenmerkt door een eigen vormtaal die verder gaat dan het figuratieve. Aan de ene kant zijn ze klassiek in de sobere belijning en afwerking. Aan de andere kant eigentijds in gevoeligheid en oorspronkelijke verbeelding. Maar door deze concentratie en eigenheid spreken ze direct aan.

In haar serie van twaalf meisjes ligt het accent op lichaamstaal. De strakke driehoekige gezichten van de meisjes hebben een sterke natuurlijke zeggingskracht, juist doordat houding en gezicht teruggebracht zijn tot essenties.

Het idee om te communiceren via lichaamstaal is verder doorgetrokken in de nieuwe beeldenserie Handelingen. Een serie bronzen beelden, waarin het hoofd niet verder is geabstraheerd, maar volledig is verdwenen. “Haar nieuwe beelden zijn complete mensfiguren, waarvan het onderlijf overgaat in een hand. Een overgang die zo vanzelfsprekend en natuurlijk overkomt dat je,een hoofd of armen helemaal niet mist.

Deze “handelingen”, zijn te plaatsen in de klassieke traditie van centauren, sfinxen en andere mythische wezens. Alleen deze “handelingen” zijn voor de volle honderd procent menselijk. Ze komen niet op je over als iets vreemds of bedachts. Ze geven je de indruk dat je naar reële eigentijdse mensen kijkt, terwijl deze “handelingen” dat toch duidelijk niet zijn. Het zijn figuren die duidelijk een gevoel of een emotie representeren.”