Vincent van Ginneke

Vincent aan het woord. “Ik ben opgegroeid in een omgeving waarin techniek een alledaagsheid was, en dat zie je. De werken tot ongeveer 1999 zou je kunnen omschrijven als een verbeelding van mechanische identiteiten. Sindsdien ben ik meer en meer verschoven naar het verbeelden van de menselijke identiteit. Het zijn vaak vormen die ik alleen kan aanduiden als herinnering aan lichaamsdelen. Dwarsdoorsneden bij de taille, de overgang naar de benen, de zachte curve van de rug. Op het snijvlak is het glas soms transparant. De matte delen vormen de huid die ribbelig gemaakt is door een print van touw. Dat geeft richting aan de holten en bollingen, die ik heel subtiel strakker heb gemaakt. De binnenruimte die je van bovenaf kunt verkennen is fascinerend wijds. Het lijkt wel alsof je met een snorkel op door een lichaam zwemt. Van belletje naar belletje, van draadje naar draadje Glas is gauw te mooi en polijsten is heel verleidelijk, maar bij een matte huid speelt de buitenvorm een grotere rol en kun je met contrasten werken. Ik heb wel eens een beeld nadat ik het helemaal gepolijst had weer opnieuw gematteerd, alleen om mezelf te dwingen met het wezenlijke bezig te blijven.”