Mieke Drijfhout van Hooff

In 1980 ben ik voor het eerst met klei in aanraking gekomen. In de eerste jaren lag het accent grotendeels op het draaien van gebruikskeramiek. In culturele centra heb ik verschillende cursussen gevolgd en uiteindelijk heeft dit geresulteerd in een opleiding aan de kunstacademie die succesvol is afgerond. Zoekende naar nieuwe vorm verviel de functionele waarde en hierdoor ontstonden de objecten. Geruime tijd ben ik hiermee bezig geweest.

In 1996 kwam ik in de gelegenhied om te gaan verhuizen naar een boerderijtje met een stukje grond. Dit was de aanleiding om me bezig te gaan houden met de zogenaamde primitieve stook: Pitfire, Raku en Naked-Raku. Pitfire fascineerde me altijd, omdat het zo verrassend en onvoorspelbaar is. De met hout en zaagsel gestookte objecten, soms ingepakt met grassen en/of bladeren komen nadat het hout is verbrand altijd als een cadeautje uit de oven. Deze decoraties doen heel natuurlijk aan.

Hierna heb ik mij sterk toegelegd op de Raku-techniek. Vooral de techniek Naked-Raku heeft voor mij de voorkeur. Doordat de klei onder de glazuur bij de Raku stook craqueleert en alleen de rook in de barstjes toelaat, onstaat er een naakte huid van klei. Dit is ook weer onvoorspelbaar en juist dit vind ik geweldig. Mijn werken zijn vaak grote organische sculpturale naked raku vormen. Mijn keramiek is rond, gebogen, zacht en geleidelijk verlopend met verassende details van laagsgewijs opgebouwde onderdelen die ogen als een ziel of oog of onafgewerkt deel. Het zijn juist de delen die de speciale aandacht kregen. De laatste jaren probeer ik de verworven kennis over te dragen door middel van cursussen en workshops in mijn atelier. Hierbij ligt het accent op de primitieve stookmethodes.