Kantcho Kanev

Poëzie van de dissonantie door Dalmazio Ambrosioni

Op het werk van Kantcho Kanev, wiens uitdrukkingsvaardigheid een innerlijke dimensie op het waarnemingsvalk binnendringt, drukt een unieke stempel. Aan de basis van zijn werk plaatst de kunstenaar typisch expressionistische elementen, zoals de dissonantie (de variërend harmonische verhouding tussen de samengestelde elementen van het werk) en de deformatie, ofwel de antagonistische positie tussen het werk van de kunstenaar en de zichtbare werkelijkheid. Zo wordt zijn werk – onafhankelijk van de techniek of de aard van de drager waarop het werk gerealiseerd wordt: papier, linnen, doek, hout, keramiek…- het ontmoetingspunt tussen “intern” en “extern”, tussen zichtbare en onzichtbaar, tussen subjectieve waarneming en realiteit. Langs dit traject maakt de kunstenaar gebruik van een omvangrijk gamma van stilistisch hulpbronnen: van uitgesproken kleuren, levendig en schel, tot goed geschetste randen; van de onmiddellijkheid in weergave en terugkerende penseelstreken tot symbolische en allegorische elementen, die de innerlijke visie van de werkelijkheid accentueren. Dit betekent dat Kantcho Kanev op zijn weg naar abstractie een reeks van verwijzingen naar de moderne kunst maakt, in het bijzonder naar het naturalisme, het thematische en het ruimtelijke, zich echter afzettend van het geometrische en het informele.

Betekenisvol is het surrealistische gegeven waarmee hij de poëtica van “het schilderij in een schilderij” onderzocht. In dit type schilderij zijn herkenbare elementen – zoals een figuur of een deel daarvan, een landschap of zelfs drukletters – in vooraf vastgestelde vormen ingevoegd, waarmee hun vergelijking langs inhoudelijke en overtreffende lijn wordt gemaakt.

In werkelijkheid wordt in het hele werk van Kanev gespeeld met de overschrijding der limieten, wat één van de grote thema’s in de hedendaagse kunst is. Deze hardnekkige dramaturgie van het zich beheersen en het zich te buiten gaan, veronderstelt een geschiedkundige allure: het duidelijke moderniseren van de afbeeldingen baseert zicht op een fundamenteel klassiek beginsel en tegelijkertijd is zij gericht op haar overschrijding. Het gebruik van tekens en kleur komt daarbij te hulp. Tekens met scherpe, snijdende lijnen, ruimtelijk belangrijk, vooral op zwart aangebracht en geplaatst als referentiepunten voor een schildering, die zich vervolgens over het poëtische n vertellende vlak uitspreidt: het “warme” kleurengamma, levendig en stralend, waarin rood, geel, lichtblauw en groen overheersen, van toonversmeltingen afstand is gedaan en waar in de harmonische kleurschakering het voorbijgaan van de tijd weerkaatst wordt, de sluier van de natuur, de vermetelheid van de vormen. Het zijn duizelingwekkende kleuren, die de ingehouden consistentie van de fysische elementen onderstrepen en de innerlijke perceptie verheerlijken. Het zijn vrolijke, geraffineerde, overvallende kleuren, die de kunstenaar uit de natuur steelt om innerlijke situaties en visioenen te schilderen. Hij doet dit door de kleurenharmonie tot een verzoeningselement tussen harmonische waarneming en dissonante realiteit te maken, waarbij expressieve waarden als de wezenlijke capaciteit van trillingen, transparanties, weerspiegelingen en lagen behouden blijven.