Jellie van Kranen

Jellie van Kranen is al jaren bezig met het maken van kunst, het loopt als een rode draad door haar leven. Zij had graag de kunstacademie willen doen maar dat is er nooit van gekomen. Wel heeft zij zich altijd bezig gehouden met kunst en heeft zij verschillende cursussen gevolgd. In haar werk bij Justitie heeft zij van 1986 tot 2000 1 à 2 dagen per week Crea lessen gegeven aan gedetineerden. Daar heeft zij met verschillende technieken gewerkt, maar schilderen met acryl, aquarel en pastel heeft nog steeds haar voorkeur. In 2000 is zij gaan reizen, waarbij ze in Australië kunstenaars ontmoette die van hun passie hun beroep hebben gemaakt. Van hen heeft zij les gehad in de “raku”techniek en het werken met klei. Dit heeft Jellie zodanig geïnspireerd dat zij hiermee na terugkomst in 2003 verder is gegaan. Eindelijk na jaren van twijfel heeft de wereldreis de doorslag gegeven de knoop door te hakken en haar hart te volgen. Nu heeft zij inmiddels haar eigen Atelier en Galerie aan huis in het mooie Zuid-Limburgse Heuvelland, zodat zij haar creativiteit volop kan gebruiken voor haar passie: klei!

Raku gestookte vogels
Raku is een eeuwenoude stook/glazuur techniek die zijn oorsprong vindt bij de Japanse Zen-cultuur uit de zestiende eeuw. Er werden destijds op die manier theekommen gemaakt. De werkstukken werden tot duizend graden gestookt, waarna ze met een tang uit de oven werden gehaald en aan de buitentemperatuur blootgesteld. Hierdoor scheurde het glazuur en in de loop der tijd kleurde de thee de scheurtjes donker. In de jaren zestig ontstond met name in Amerika de westerse methode. Hierbij werd de theeceremonie vervangen door een rookproces. Waardoor je meteen resultaat hebt Na de temperatuurshock worden de werkstukken in een ton met brandbaar materiaal gedaan, waardoor deze vlam vat. Vervolgens wordt hier een deksel op gelegd. Door het zuurstoftekort ontstaat een rookontwikkeling. Deze rook trekt in de scheurtjes en alle andere delen van het werkstuk die niet geglazuurd zijn en kleurt deze grijs/zwart. Hierna worden de werkstukken gepoetst en klaar is Jellie!

De techniek
Jellie maakt haar vogels met de hand. Zij gebruikt geen mal. Zij maakt een ronde bal, die zij doormidden snijdt en op de ouderwetse manier uitkneedt (het bekende duimpotje). Daarna verbindt zij de twee helften aan elkaar en maakt zij voor de vorm gebruik van de lucht die erin zit. Vervolgens gaat ze verder met het bouwen en fantaseren en zodra de klei leerhard is, maakt ze er een gaatje in. Dan is de vorm definitief. De tweede fase: het glazuur wordt met een penseel opgebracht. Dit is een erg precies werkje. Na de raku-stook worden de poten gelast en wordt er binddraad omheen gedraaid voor een betere afwerking, waarna alles gelijmd wordt. De kop en staart worden verder afgewerkt met kralen van hout, glas of keramiek. Elke vogel is uniek. De meeste zijn rond de 25 à 30 cm hoog.