Irma Horstman

Al in een vroeg stadium van haar kunstenaarschap was het Irma Horstman duidelijk dat ze beelden wilde maken: dingen in de ruimte. Haar indirecte inspiratiebronnen haalt zij uit ‘primitieve’ en prehistorische kunst uit de cultuur van de Cycladen, Latijns-Amerika en de vroege klassieken. Later kwam hier ook de invloed van beeldhouwers bij als Barbara Hepworth en Ossip Zadkine. De bewondering wordt hierbij niet letterlijk getransponeerd, maar geleidelijk opgenomen in het persoonlijke idioom. Haar abstracte beelden ontstaan intuïtief na een inleidende schetsfase. Op flarden papier tekent ze met verschillende materialen, in kleur en zwart wit, pretentieloze voorstellingen op basis van plezier en nieuwsgierigheid. Vervolgens worden deze geïsoleerd en verder uitgewerkt. Deels als gevolg van de materiaalkeuze zoals hout en MDF zijn de meeste beelden nogal plat. De platheid van de beelden heeft misschien de functie van het afsluiten van de ruimte:”Mijn beelden nemen niet, zoals een goede sculptuur betaamt, de ruimte in, maar ze sluiten de ruimte af, ik denk in de ruimte voor het beeld en de ruimte achter het beeld als twee van elkaar gescheiden ruimtes. Het materiële aspect van het kunstwerk is heel belangrijk. Het moet een duidelijk ‘ding’ zijn, met een verhaal of idee dat in het object besloten zit. Uiteindelijk ontstaat nieuw werk alleen maar door met de materie bezig te zijn, ijzer, was, klei, papier, dingen die je ruikt, voelt, proeft, waar je vieze handen van krijgt, kortom de zintuiglijke werkelijkheid.