Carl van Hees

Carl van Hees (1964) volgde van 1987 tot 1992 de opleiding mode aan de Gerrit Rietveld academie te Amsterdam en van 1992 tot 1993 de opleiding illustratie aan de St. Joost academie in Breda. Bij de mode interesseerde hem de mens en hun kleedgedrag, in de tijd dat zij leven: in de ene tijdsperiode kleden de mensen zich anders dan in de andere. Bij de opleiding illustratie wilde hij zijn aanleg voor tekenen verder uitwerken. Waar mode en styling hem te vluchtig waren, bood daarentegen het materiaal glas hem ruimere mogelijkheden om tot een meer blijvend product te komen. Terwijl hij in glas geen opleiding gevolgd had, heeft hij in de 13 jaar die hij in Amsterdam als studiomanager werkte bij glaskunstenaar Toots Zynsky, veel kennis over glas opgedaan. Als glasvormgever heeft hij een eigen werkwijze ontwikkeld; waar anderen glas blazen, werkt Carl met gemalen glas, dat hij in de oven tot diverse vormen fused; voordat de vorm de oven in kan, gebeurt het eigenlijke werk; de basis van de definitieve vorm wordt gevonden in stapeling van grondvormen; dit kunnen gevonden vormen zijn, zoals bijvoorbeeld een puddingvorm of zelf gecreëerde vormen in piepschuim. Zijn achtergrondkennis van kleur, patroon, structuur en ritme spelen altijd een grote rol in zijn werk; buiten de meer decoratieve elementen, zijn vorm en de tactiele waarde van het werk van uitermate groot belang. In de architectuur van de Amsterdamse school trekt hem de combinatie van sterke vormen en rijke structuren aan; Carl probeert dit in zijn werk ook te combineren. Helder kleurgebruik is altijd essentieel aanwezig. Thema van zijn meest recente werk is gelaagdheid, zoals terug te vinden in jaarringen bij bomen en sedimentafzettingen in gebergten. Carl behoort tot de studiowerkers; als techniek gebruikt hij fusing en slumping; daarenboven gebruikt hij de oude techniek van paté verre. De stukken die hij maakt zijn altijd unica en worden gemaakt voor tentoonstellingen of in opdracht.